Online workshops vragen stellen, diverse inspirerende modules Lees meer

Spelen met tijd

Een hangend horloge

Spelen met tijd

Geschreven op 12 december 2021 door Joris Brenninkmeijer

Tijd is er, vanzelfsprekend en altijd. Dat is nuttig en handig, maar regelmatig ook hinderlijk. De tijd is paradoxaal gezelschap: hoe minder hij beschikbaar is, hoe meer hij ons bezighoudt, irriteert en stress geeft. Soms lijkt hij er niet te zijn, bij die zeldzame keren dat we helemaal opgaan in het moment. Dan denken we dat we hem niet nodig hebben, heel even. Tot we op de klok kijken. “Tijd is het element waarin we bestaan” schreef Joyce Carol Oates. Om er in een adem aan toe te voegen: “We worden er ofwel door weggedragen of we verdrinken erin.” De tijd is beslist geen gemakkelijke metgezel, al kennen we hem al ons hele leven en is hij nog zo trouw.

Hoe ga je als coach om met ‘tijd’? Dat is een vraag die zich niet eenvoudig laat beantwoorden. Tijd is een begrip waar je vanuit de coachpraktijk op heel uiteenlopende manieren naar kunt kijken. Een treffende illustratie hiervan is het verhaal De kromme remedie uit Eendagsvlinders (2015), waarin schrijver-psychiater Irvin Yalom verslag doet van een curieus verlopend gesprek met een cliënt. De beperkte duur van het consult zet het normale gespreksproces onder druk, waardoor verschillende aspecten van tijd er sterk in worden uitvergroot. Al verschilt de setting waarin het gesprek plaatsvindt, die aspecten zijn goed plaatsbaar in de coachcontext. 

De kromme remedie

De kromme remedie begint met een verzoek: “Beste dokter Yalom, ik wil graag een consult. Ik heb uw roman Nietzsches tranen gelezen, en vraag me af of u bereid bent een collega-schrijver te ontvangen die een schrijfblokkade heeft. Paul Andrews.” Ze maken een afspraak en kort daarna ontmoeten ze elkaar. Andrews wil slechts een enkel consult, meer kan hij zich financieel niet veroorloven. Ze gaan aan het werk. 

De schrijfblokkade blijkt Andrews al sinds zijn studietijd te achtervolgen. Zijn plannen om een proefschrift of een roman te schrijven over Nietzsche zijn daardoor op niets uitgelopen. Het kan niet waar zijn, denkt Yalom verbijsterd. Meer dan zestig jaar zijn sindsdien vergleden. Het wordt vreemder. Andrews weigert om antwoord te geven op verdere vragen. In plaats daarvan laat hij een map zien met correspondentie met zijn promotor en vraagt Yalom om die te lezen. Deze voelt zich overvallen door het ongebruikelijke verzoek. Na enige aarzeling of hij de ander zo wel kan helpen in de beperkte tijd die er is, stemt Yalom ermee in.

De briefwisseling blijkt onderhoudend en levendig te zijn. Aanvankelijk is er een duidelijke rolverdeling tussen docent en student, maar al gauw wordt deze gelijkwaardiger van toon, uiteindelijk steeds intiemer en persoonlijker. Yalom vraagt zich ondertussen af: waarom laat Andrews hem dit lezen? Wat heeft dit alles te maken met de schrijfblokkade? Zoekt hij naar een nieuwe gesprekspartner over Nietzsche? Leest hij in de brieven een grote liefde, misschien wel de enige liefde uit het leven van Andrews? En dan opeens begint het hem te dagen. Andrews zoekt een getuige, iemand die benoemt hoe belangrijk hij is geweest in het leven van de ander.

De tijd begint te dringen en Andrews spoort hem aan: “Je bespiegelingen over de correspondentie.” Yalom steekt van wal. Hij vertelt hoe hem de verschuiving van rollen is opgevallen, het wederzijdse respect dat sprak uit de brieven en de waarde die ze voor elkaar moeten hebben gehad. Hij benoemt de kracht en tederheid van hun band. Andrews luistert, met tranen in de ogen. En dan vraagt Yalom hem: “Het kwam me voor als een grote liefde. Zijn dood moet verschrikkelijk voor je zijn geweest. Ik vraag me af of dat pijnlijke verlies er nog steeds is en of dat de reden is waarom je een consult wilde? Wat denk je?” 

Tot een echt antwoord komt het niet meer. Het gesprek eindigt even wonderlijk als het is verlopen. Andrews staat op, schudt Yaloms hand en loopt de spreekkamer uit. “Het spijt me dat ik je moet achterlaten met zoveel raadsels, maar ik ben bang dat onze tijd om is.” Zo eindigt het verhaal met een vraagteken. Voor Yalom en ieder van ons die anderen begeleidt: je zult nooit helemaal precies weten hoe je de ander hebt geholpen.

Eerste moment

De kromme remedie vormt een rijk verhaal om verschillende aspecten van tijd te illustreren die in de praktijk van het helpende gesprek een rol spelen. Het eerste aspect dat zich aandient is de start van het consult. Eerste momenten zijn buitengewoon interessant. Eric Berne (1966) stelde dat de eerste drie minuten bepalend zijn voor de patronen die gaan ontstaan. In het eerste e-mailcontact heeft Andrews zich gepresenteerd als een schrijver met een schrijfblokkade. Yalom verwacht dan ook een cliënt van middelbare leeftijd te treffen en kijkt ervan op wanneer een oude rimpelige man zijn spreekkamer binnenkomt. Een man die zo krom loopt, dat Yalom haastig zijn attachékoffertje van hem overneemt, hem bij de arm pakt en naar zijn stoel begeleidt.

Zo weerspiegelen de eerste momenten uit het verhaal hoe het contact tussen beide gesprekspartners zich zal ontwikkelen. Er is verrassing en verwarring en Yalom voelt zich op het verkeerde been gezet. En er ontstaat een samenspel waarin Yalom de ander helpt om zijn last te dragen. Na dit begin zal dit patroon zich blijven herhalen tot het einde van het gesprek, wanneer de cliënt de therapeut in lichte verwarring achterlaat. Het eerste moment: een bron van waardevolle informatie, wanneer het ons lukt ervoor open te staan, merkt Erik de Haan (2020) op.

Leeftijd

Wanneer beide mannen nader kennismaken, doet een tweede aspect van tijd zijn intrede in de vorm van leeftijd. “Dank je, dank je, jongeman”, zegt Andrews. “En hoe oud bent u?” “Tachtig”, antwoordt Yalom. “Ach, was ik maar weer tachtig.” “En u? Hoeveel jaren telt u?” “Vierentachtig. Ja, echt, vier-en-tachtig. Ik weet dat u daarvan opkijkt. De meeste mensen denken dat ik dertig ben.”

Wat doet leeftijd ertoe in een helpend gesprek? Verrassend genoeg is het aantal ervarings- en opleidingsjaren van de coach daarin niet zo’n bepalende factor. Uit onderzoek blijkt dat de minst ervaren supervisor of coach toch het meest effectief kan zijn (George et al., 2020). Mogelijk heeft dit te maken met het enthousiasme of de passie van de professional of de extra moeite die er wordt gedaan. Leeftijd is vooral een factor om rekening mee te houden bij het vormen van de werkrelatie tussen coach en cliënt. Kun je je als coach voldoende verplaatsen in iemand die veel ouder of jonger is? Ben je voldoende geloofwaardig voor een ouder iemand? Of bij een jonger iemand: geeft het verschil in leeftijd niet een te grote afstand? 

In De kromme remedie krijgt leeftijd betekenis in het feit dat beide mannen generatiegenoten zijn. “Terwijl we daar even in stilte naar elkaar zaten te kijken, stelde ik me voor dat we ons koesterden in de gloed van bejaarde kameraadschap, alsof we reizigers waren aan boord van een schip, die op een koude, mistige avond aan dek met elkaar in gesprek raakten en tot de ontdekking kwamen dat ze in dezelfde buurt waren opgegroeid.” De band voelt stevig, constateert Yalom. “Het was tijd om aan de slag te gaan.”

Kloktijd

Dan betreedt de klok het verhaal. De afspraak wordt gemaakt dat het een eenmalig gesprek zal zijn. Onmiddellijk laat tijdsdruk zich voelen: “Laten we meteen beginnen...” “Alstublieft doctor Yalom, onze tijd verstrijkt.” “We hebben nog maar weinig tijd, Paul...” Impliciet spreekt daarmee uit het verhaal dat het uur van het consult ook een uur gaat duren en dat met de lengte van de afspraak niet gemarchandeerd zal worden. Die richtlijn geldt net zo in een coachgesprek. Een duidelijke afspraak draagt bij aan heldere grenzen van de reflectieve ruimte die je als coach en cliënt samen creëert. Heldere grenzen dragen bij aan een veilig leerklimaat en aan doelgerichtheid. “Het goed bewaken van de tijdslimieten heeft tot voordeel dat je afgebakend kunt werken en geen tijd hebt voor ‘getut’”, stelt Van der Pol (2012).

Dit alles is makkelijk gezegd, maar soms verrassend lastig gedaan. Waardoor loopt een sessie soms uit in de tijd? Dat kan allerlei redenen hebben, zoals het onderschatten van de tijd die nodig is om af te ronden en een vervolgafspraak te plannen. Soms zul je als coach iets te hard aan het werk zijn geweest vanuit de goedbedoelde wens om te helpen. Misschien vind je eindigen zo lastig dat je het einde steeds uitstelt (‘plakker’), ofwel dat je het liefst abrupt uit verbinding gaat (‘kapper’) (Siegers, 2002). Goed en tijdig afronden is iets om bij stil te staan en op te reflecteren.

Met het relativerende einde van het verhaal lijkt Yalom te suggereren om hierin niet al te streng te zijn naar jezelf. De therapeut is hongerig naar een antwoord op zijn vraag en wil nog wel even verder. Het is de cliënt die ferm een einde maakt aan de sessie, met – o ironie – een typische therapeutentekst.

Biografie van cliënt

“Als je het goed vindt vertel ik je wat over mijn persoonlijke geschiedenis”, zegt Andrews. Daarmee dient zich een vierde tijdelement aan: de biografie of levensloop. Het is de vraag naar de achtergrond en de betekenis van de vraag van de ander in de tijdlijn van diens leven en werk. De levensfase speelt daarbij een rol, maar ook vragen als: Hoe lang houd je dit al bezig? Herken je dit van eerdere momenten in je leven? Andrews vertelt over zijn studietijd, hoe zijn pogingen om tot een proefschrift te komen zijn verzand, hoe hij bibliothecaris wordt en een leven lang vruchteloos probeert te schrijven. Maar wat is dan de betekenis van zijn schrijfblokkade? En wat wil hij met het consult? Andrews wil er verder niets over vertellen en presenteert de briefwisseling als bron van alle noodzakelijke informatie. Yalom begint er in te lezen, terwijl hij zich ondertussen het hoofd breekt over de kernvraag: waarom komt Andrews nu bij mij?

Hier-en-nu van coachsessie

Dan schiet het door Yalom heen: wat een ‘volslagen onwerkelijk consult’. Andrews heeft alle pogingen afgehouden om echt contact te hebben in het hier-en-nu van het gesprek. Yalom voelt zich danig ontregeld en het begint in hem te zeuren: Hoe zijn we bezig? Hoe gaat het nu? In het nawoord van Eendagsvlinders benadrukt Yalom het belang van het hier-en-nu en hoe het kan worden ingezet: “Keer op keer vestig ik de aandacht op mijn band met mijn patiënt: ik check het proces; ik informeer herhaaldelijk naar de kwaliteit van onze ontmoeting in de onderhavige sessie; ik wil weten of de patiënt vragen voor me heeft; ik zoek naar commentaar op onze relatie in dromen. Kortom: ik geef altijd de hoogste prioriteit aan de ontwikkeling van een eerlijke, transparante, nuttige band tussen ons.” Het hier-en-nu als kans om het contact en de relatie te verstevigen: de tijd raakt op en in De kromme remedie komt het er niet meer van.

Timing

Een zesde tijdelement toont zich: timing, het gevoel om de juiste dingen op het juiste moment te doen. Dat gevoel is bij Yalom danig verstoord geraakt: “… in dit gesprek voelt alles scheef, ontwricht aan. Misschien moet ik niet zo mijn best doen en me maar gewoon door de stroom laten meevoeren. Het is tenslotte zijn uur. Hij betaalt voor mijn tijd, dacht ik.” Zo beweegt Yalom mee, om iets verder te besluiten dat het moment rijp is om de regie terug te nemen. “Maar toen ik tenslotte zag dat er nog maar tien minuten over waren, sloot ik de map en nam vastberaden de touwtjes in handen.” Dat blijkt het goede moment – er is nog juist voldoende tijd om Andrews iets waardevols terug te geven.

Met timing is het zoals Johan Cruijff zei: “Je kunt maar op een moment op tijd komen. Ben je er niet, dan ben je of te vroeg of te laat.” Timing heeft te maken met gevoel voor proces. Als coach heb je allerlei hulpmiddelen die je daarbij houvast geven, zoals een fasering van het coachproces met belangrijke momenten daarin. Die helpt je om tijdig de goede dingen te doen en bespreekbaar te maken, zowel wat betreft de inhoud als de samenwerkrelatie. Een bekende indeling is die van voorfase, afstemmingsfase, midden of werkfase, afrondingsfase en nazorg (zie o.a. Boer, Hoonhout & Oosting, 2015; Brenninkmeijer &Voogd, 2019). Ondanks dit soort procesankers is goed timen in de praktijk vooral jezelf steeds weer de vraag stellen: is dit het geschikte moment om iets aan de orde te stellen of moet ik het nog even laten?

Onze tijd is eindig

“We zijn allen eendagsvlinders: dit geldt evenzeer voor degene die zich herinnert als voor datgene wat men zich herinnert. Degene die herinnert en degene die wordt herinnerd, zij allen leven kort. Een korte stonde en ge zult de wereld vergeten zijn, een korte stonde en de wereld zal u vergeten zijn. Want binnenkort zult ge niemand en nergens zijn.” Met dit citaat van Marcus Aurelius plaatst Yalom de verhalen in Eendagsvlinders nadrukkelijk in het perspectief van de eindigheid van ons leven en de daarmee verbonden existentiële vragen. Hoe leid je een betekenisvol leven? Hoe ga je om met ouder worden? Met het feit dat je in de grond alleen bent? Het zijn de grote existentiële thema’s van liefde, dood en eenzaamheid.

Andrews presenteert zich als een schrijver met een schrijfblokkade. Daaronder openbaart zich het verhaal van een eenzame man met een groot verdriet over de dood van iemand die heel belangrijk voor hem was. In de coachpraktijk liggen existentiële vragen niet zelden op een vergelijkbare manier verscholen onder de oppervlakte. Een leidinggevende voelt zich eenzaam in zijn rol. Een medewerker kampt met gevoelens van rouw na een reorganisatie. Een ander lukt het niet om zich te verbinden met zijn collega’s in het nieuwe team. Het is natuurlijk de vraag of je als coach met existentiële vragen aan de slag wilt gaan. Het helpt je om voorbij het eerste verhaal van de ander te kijken: speelt er nog meer onder de oppervlakte?

Tijdelement

Vraag voor de coach

Eerste moment

Hoe verschijnt de ander?

Leeftijd

Welke betekenis heeft leeftijd in het contact?

Kloktijd

Hoe zorg je dat je op tijd werkt?

Biografie van cliënt

Waarom komt hij nu bij mij?

Hier-en-nu van coachsessie

Hoe zijn we bezig? Wat gebeurt er nu?

Timing

Is het nu het geschikte moment om iets aan de orde te stellen?

Onze tijd is eindig

Welke existentiële vraag is mogelijk onderliggend en hoe verhoud ik mij daartoe?

Schema 1. Elementen van tijd en vragen voor de coach

Spelen met tijd

De zeven elementen van tijd stellen de coach elk voor een andere opgave. Soms vraagt dat om een keuze of en zo ja hoe, je ermee wilt werken. Soms om een goed doordenken hoe je jezelf ertoe verhoudt. De kunst is daarbij om niet krampachtig te willen controleren – daar is de tijd meestal niet van gediend – maar met speelsheid met de verschillende elementen om te gaan. Zoals Leonard Nolens dichtte: “Neem niet je tijd – En laat de tijd je nemen – Laat.”

Verschenen in Tijdschrift voor Coaching 2021 (4).

Referenties

  • Berne, E. (1966). Principles of group treatment. Oxford: OUP.
  • Boer, M., Hoonhout, M., & Oosting, J. (Red.) (2015). Supervisiekunde meerperspectivisch. Deventer: Vakmedianet.
  • Brenninkmeijer, J.H., & Voogd, M.C. (2019). De juiste vraag: De kunst van het vragenstellen in coachende gesprekken. Deventer: Boom Management Impact.
  • George, E.R., Hawrusik, R., Delaney, M.M., Karo, N., Kalita, T., & Semrau, K.E. (2020). Who’s your coach? The relationship between coach characteristics and birth attendants’ adherence to the WHO Safe Childbirth Checklist. Gates Open Research, 4, 111. 
  • Haan, E. de (2020). From the first moment I saw you. Coaching Today, 1, 24-27.
  • Pol, I.G.M. van der (2012). Coachen als professie: Fundamenten voor begeleiding naar heelheid. Amsterdam: Boom Nelissen.
  • Siegers, F. (2002). Handboek Supervisiekunde. Houten/Mechelen: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Yalom, I.D. (2015). Eendagsvlinders en andere verhalen uit de psychotherapie. Amsterdam: Balans.