Online workshops vragen stellen, diverse inspirerende modules Lees meer

Een kwestie van dood en leven

Betekenisvol tot het eind

Een kwestie van dood en leven

Geschreven op 5 december 2021 door Joris Brenninkmeijer

Over het werk van Irvin Yalom

Het laatste boek van psychiater Irvin Yalom is geen werk dat je opgewekt tot je neemt. Vanaf het eerste begin laat de dood zijn schaduw vallen over de hoofdstukken en is er de worsteling met aftakeling, verlies en afscheid. Voortdurend zeurt de zingevingsvraag: hoe kunnen we betekenisvol blijven leven tot het bittere einde? Op niets verhullende manier beschrijft Yalom de pijn die hem overvalt na het overlijden van zijn vrouw en zijn zoektocht naar troost: ‘Rouw is de prijs die we betalen voor de moed om anderen lief te hebben.’ Een kwestie van dood en leven is het (voorlopige) slotstuk van een buitengewoon oeuvre dat het verdient om gelezen en herlezen te worden. 

Mijn eerste kennismaking met het werk van Yalom was Nietzsches tranen (1995). Het is Yaloms eerste roman, waarin het verhaal draait rond twee hoofdrolspelers: de Weense dokter Josef Breuer en de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche. Breuer is een gearriveerde arts met een gezin, een bloeiende praktijk en veel aanzien. Hij is de leermeester van Sigmund Freud, een getalenteerde jonge dokter die zoekt naar nieuwe manieren om geestesziekte van patiënten te behandelen. Nietzsche is de denker met het vlijmscherpe verstand (‘de filosoof met de hamer’) die lijdt aan liefdesverdriet en worstelt met ernstige mentale en fysieke gezondheidsklachten. In het verhaal brengt Yalom hen samen in het Wenen van 1882 en dat is waar werkelijkheid overgaat in fictie: geschiedenis die had kunnen plaatsvinden. Breuer en Nietzsche leefden in dezelfde periode, maar hebben elkaar in werkelijkheid nooit ontmoet, al zijn er wonderlijk genoeg aanwijzingen dat hun paden zich hadden kunnen kruisen. 

Breuer krijgt het verzoek om Nietzsche te helpen en zijn lijden te verlichten. Daarmee is het centrale vraagstuk geboren waaromheen de gebeurtenissen zich gaan voltrekken. Hoe moet Breuer dat doen? Hoe kan hij contact maken en het pantser van rationaliteit van de grote filosoof doorbreken? Een groot deel van Nietzsches tranen zien we Breuer verwoede en soms wanhopige pogingen doen om tot Nietzsche door te dringen. Ik zal hier niet verklappen hoe hij daarbij te werk gaat, maar het is een strijd en krachtmeting waarin de arts tot het uiterste moet gaan. Extra reliëf krijgt het verhaal door de suggestie dat we ondertussen getuige zijn van de geboorte van een geheel nieuwe vorm van gesprek: de psychotherapie. De jonge Freud kijkt immers belangstellend mee met de inspanningen van zijn mentor.

Nietzsches tranen is een prachtig verhaal en ook achteraf bezien had ik me geen betere introductie in het werk van Yalom kunnen wensen. Allerlei typische Yalom-thema’s zijn erin terug te vinden. De kracht die uitgaat van de therapeutische relatie. De bedding die deze vormt voor het bespreken van existentiële thema’s als liefde, dood en eenzaamheid. En de troost die uitgaat van echt en diepgaand contact. Als weinig anderen verstaat Yalom de kunst om voelbaar te maken welk proces zich tussen de beide gesprekspartners voltrekt. De intensiteit van de ontmoetingen, het aftasten, zoeken naar een opening, het schuren en de botsingen. En hij raakt aan wat het helpende gesprek in essentie vraagt van de begeleider, of dat nu een therapeut, coach of supervisor is: het vermogen om aanwezig te zijn met dat wat er is. Ik was verkocht en las sindsdien nagenoeg alles wat ik van Yalom te pakken kon krijgen. 

Omvangrijk oeuvre

Yaloms oeuvre is omvangrijk, maar laat zich grotendeels in drie overzichtelijke categorieën indelen. Allereerst is er de vakliteratuur; daaronder valt bijvoorbeeld het specialistische handboek Groepspsychotherapie in theorie en praktijk (2005) of het meer toegankelijke en voor begeleiders nuttige Therapie als geschenk (2010). Daarnaast zijn er diverse romans, zoals het zeer lezenswaardige Het raadsel Spinoza (2012). Net als Nietzsches tranen is dat verhaal geworteld in historische gebeurtenissen en personen. Ook is er de komische roman De therapeut (1997), waarin Yalom op speelse wijze de thema’s openheid en oprechtheid verkent. Hoeveel transparantie mag en kan de therapeut zichzelf toestaan? Hoe eerlijk kun je en durf je te zijn? Hoeveel en welke zelfonthulling is gepast? De therapeut is een aanrader voor coaches en supervisoren die dieper willen nadenken over echtheid en openheid in contact met de cliënt. 

Ten derde zijn er boeken met korte (bewerkte en geanonimiseerde) verhalen over cliënten en de therapeutische gesprekken die Yalom met hen voerde. De keuze is hier groot: van beschrijvingen van tien langdurige trajecten in Scherprechter in de liefde (1989) tot Eendagsvlinders (2015) met verhalen over een enkele ontmoeting met cliënten. Wie op zoek gaat, zal beslist iets van zijn gading aantreffen. Deze derde categorie vind ik het meest boeiend: Yalom laat je meekijken in zijn spreekkamer en beschrijft de lotgevallen en hoogte- en dieptepunten van zijn cliënten. En, niet in de laatste plaats, maakt hij je deelgenoot van zijn eigen twijfels, onzekerheden en eigenaardigheden – zo verhult hij niet dat hij bij tijd en wijle een behoorlijk ijdele man is. Tegelijkertijd klinkt in al zijn schrijven door hoe belangrijk het is om kritisch op jezelf te blijven reflecteren. Als begeleider vind ik zijn echtheid en eerlijkheid inspirerend: een ideaal om na te streven in het contact met de ander en met mezelf. 

Coproductie

En nu is er dan Een kwestie van dood en leven (2021), geschreven in coproductie met zijn vrouw Marilyn. Zij is het die hem voorstelt om samen een boek te schrijven, wanneer bij haar een ernstige en ongeneeslijke vorm van kanker wordt geconstateerd. Het gezamenlijke project moet een logboek vormen van het proces waar zij, alleen en samen, doorheen gaan. Beurtelings schrijven zij een hoofdstuk, een opzet die doet denken aan In therapie (2014), een boek dat hij schreef met Ginny Elkin, die jarenlang bij hem in therapie was. Destijds was het een lesje in bescheidenheid voor Yalom, die ontdekte dat zijn cliënt aan heel andere dingen betekenis gaf dan hijzelf. De slimme interpretaties en analyses die hij haar had voorgehouden, bleek ze niet eens gehoord te hebben! Juist allerlei onbenulligheden of kleine (eigen)aardigheidjes waren voor zijn cliënt van waarde geweest, zoals een complimentje, een plagerijtje, een onhandig gemaakt excuus, zo schrijft hij in Therapie als geschenk (2010).

Ook in Een kwestie van dood en leven werkt dit dubbelzijdige perspectief goed. We lezen beurtelings hoe zwaar de behandelingen Marilyn vallen, hoe moe ze is en hoe ze twijfelt of ze ermee door moet gaan. Dan weer lezen we hoe Irvin vertelt hoe hij manmoedig voor zijn vrouw zorgt, blijft hopen tegen beter weten in, haar niet wil laten gaan. ‘Wij betreuren heel weinig als we terugkijken op ons lange leven samen, maar dat maakt het niet gemakkelijker om onze dagelijkse beproevingen van nu te tolereren. Hoe kunnen we vechten tegen de wanhoop? Hoe kunnen we betekenisvol blijven leven tot het bittere einde?’, vragen ze zich af. 

Bij vlagen grijpt het je naar de keel om te lezen wat de Yaloms te verduren krijgen in het proces van aftakeling, verlies en het naderende afscheid. Indringend zijn de nauwkeurige beschrijvingen van de medische behandeling van Marilyn en van die van Irvin, die kampt met hartritmestoornissen en een pacemaker heeft. Pijnlijk is de vervreemding die je voelt wanneer Irvin een bezoek brengt aan zijn vroegere werkplek en verdwaalt in de bibliotheek. Gelukkig zijn er vele goede herinneringen en is er de steun van vrienden, familie en kinderen. Maar dan weer een groot verlies: na een rampzalig verlopen ontmoeting met een cliënt – Yalom herkent haar niet van een eerder gesprek – neemt hij het besluit om op 88-jarige leeftijd afscheid te nemen van de actieve beroepsbeoefening als therapeut. Wat dat betekent voor iemand die altijd zo betrokken is geweest bij zijn werk, laat zich raden: ‘(...) Nu ik langzaam het einde nader, kom ik steeds vaker uit bij het begin. De herinneringen van mijn cliënten roepen steeds vaker herinneringen uit mijn eigen leven op, mijn werk aan hun toekomst roept mijn verleden op en woelt het om, en ik merk dat ik mijn eigen verhaal herzie’, schreef hij in zijn memoires Dicht bij het einde, terug naar het begin (2017). Wie zo verweven is met zijn cliënten, geeft meer op dan werk; het is een verlies van identiteit en zingeving.

Marilyns dood

We zijn ongeveer halverwege wanneer het lang aangekondigde zich onvermijdelijk voltrekt. Marilyn kiest voor euthanasie en komt te overlijden. Daarmee komen in het boek haar hoofdstukken ten einde; ze houden op, plotseling en abrupt. Hierna zal alleen Irvin nog aan het woord zijn. Werkt dit op de lezer al enigszins confronterend, op Yalom is het effect van haar heengaan ronduit verpletterend. Het verdriet over haar dood overvalt hem. Hoe kan het ook anders? Ze waren 65 jaar getrouwd en al zo lang samen. Hij probeert zichzelf te kalmeren. Het is gemakkelijker de dood onder ogen te zien als je weinig te betreuren hebt over het leven dat je hebt geleid, heeft Marilyn hem voorgehouden. Hij weet, zoals gezegd, dat rouw de prijs is die we betalen voor de moed om anderen lief te hebben. Het helpt allemaal niet. Al zijn ervaring met cliënten met verlies ten spijt: nu hij zelf geen therapeut maar lijdend voorwerp is, lukt het hem niet te ontkomen aan een allesoverheersend gevoel van verdriet, rouw en somberheid. 

Al heeft zijn professionele ervaring hem niet kunnen behoeden voor het lijden, het is datzelfde werk dat hem een bron van troost biedt, wanneer hij na verloop van tijd langzaam opkrabbelt. In zijn verhalenbundel Mama en de lessen van de ziel (2000) vindt hij tot zijn verrassing een verhaal getiteld ‘Zeven lessen rouwtherapie voor gevorderden’. Het beschrijft zijn gesprekken met Irene die bij hem in gesprek komt en wier man kort daarna komt te overlijden. Ze houdt Yalom voor dat zijn goedbedoelde pogingen om haar te helpen om zich weer op het leven te richten en zich los te maken van haar man tot mislukken gedoemd zijn. Ze maakt hem harde verwijten: ‘Jou is nooit iets ergs overkomen’, en: ‘Wat kun jij nu weten van verlies?’ Yalom wil hier niets van horen en houdt haar voor dat ze over haar verdriet heen kan groeien. Zo bakkeleien ze maandenlang door. 

Zijn eigen ervaringen en het diepe dal dat hij doormaakt, zetten Yalom in Een kwestie van dood en leven aan tot een open en eerlijke terugblik. ‘Zelfvoldaan en gezellig, zo noemde je me, en je had gelijk. En als ik je nu zou spreken, nu ik Marilyns dood heb moeten doormaken, zouden onze gesprekken zeker anders verlopen. Beter. Ik weet niet precies wat ik zou doen of zeggen, maar ik weet dat ik je met andere ogen zou bekijken en dat ik een oprechtere, behulpzamere manier zou vinden om met je om te gaan.’ 

Tot besluit

Openheid en openhartigheid, en aandacht voor existentiële vragen vormen de herkenbare en karakteristieke elementen in dit en eerder werk van Yalom. Maar voor het overige is Een kwestie van dood en leven anders dan wat voorheen van zijn hand verscheen. De docent is met pensioen en de therapeutenrol is afgelegd; verdwenen is ook de ijdeltuit die Yalom nog wel eens kon zijn. Er is niet veel pretentie meer en weinig om hoog te houden. Dit is wat het is, lijkt Yalom te zeggen – meer, minder, mooier of lelijker is het niet. Die gedachte spreekt ook uit de slotalinea, waarin hij met instemming Nabokov citeert: ‘De wieg schommelt boven een afgrond en het gezond verstand zegt ons dat ons bestaan niet meer is dan een vluchtig kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis.’ 

Wat rest is een relaas zonder al te veel franje van ervaringen en vraagstukken die spelen rond het levenseinde. Zonder twijfel is het daarmee zijn meest openhartige boek, bij vlagen pijnlijk eerlijk en niets verhullend. Een kwestie van dood en leven is in het bijzonder belangwekkend voor begeleiders die werken met rouw en verlies. Maar ook begeleiders die meer in het algemeen geïnteresseerd zijn in existentiële vraagstukken zullen er genoeg boeiend materiaal in aantreffen. Voor wie niet eerder wat las van Yalom vormt het boek naar ik hoop een poort naar eerder werk – van het einde terug naar het begin.

Verschenen in Tijdschrift voor Begeleidingskunde, 2021 (4).  

Literatuur

Yalom, I.D. (1989). Scherprechter van de liefde. Tien ware verhalen uit een psychotherapeutische praktijk. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (1995). Nietzsches tranen. Roman van een obsessie. Amsterdam: Balans. 

Yalom, I.D. (1997). De therapeut. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2000). Mama en de lessen van de ziel. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2005). De Schopenhauerkuur. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2005). Groepspsychotherapie in theorie en praktijk. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Yalom, I.D. (2008). Tegen de zon in kijken. Doodsangst en hoe die te overwinnen. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2010). Therapie als geschenk. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2012). Het raadsel Spinoza. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2015). Eendagsvlinders. En andere verhalen uit de psychotherapie. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. (2017). Dicht bij het einde, terug naar het begin. Memoires van een psychiater. Amsterdam: Balans.

Yalom, I.D. & Elkin, G. (2014). In therapie. Beschouwingen van psychiater en patiënt. Amsterdam: Balans.